U bevindt zich op: Home › Publicaties › Onderzoeksrapporten
Achtergrondstudie
In de achtergrondstudie Zicht op overheidsstichtingen heeft de Algemene Rekenkamer gekeken naar hoe departementen hun betrokkenheid bij overheidsstichtingen in de praktijk invullen. Wat betekent dit voor verantwoording en toezicht? Deze studie is een vervolg op en verdieping van onze achtergrondstudie Zicht op veranderingen in financiële relaties tussen Rijk en derden, uit 2009. Hierin constateerden we een toenemende complexiteit in de financiële relaties tussen het Rijk en derden.
Rapport Zicht op overheidsstichtingen
PDF, 562 kB
Een overheidsstichting is een stichting die de overheid heeft
opgericht, medeopgericht of doen oprichten. Eind 2008 telde
Nederland 275 overheidsstichtingen. 78 daarvan zijn rechtspersoon
met een wettelijke taak en/of zelfstandig bestuursorgaan. Voor deze
groep is vastgelegd dat de minister verantwoordelijk is voor het
hele functioneren en presteren. Voor de andere 194 stichtingen
bestaan geen eenduidige regels voor de reikwijdte en de invulling
van de ministeriële verantwoordelijkheid en dus ook niet voor de
informatievoorziening aan de Tweede Kamer.
Informatiepositie Tweede Kamer
De Tweede Kamer zou beter geïnformeerd kunnen
worden over de oprichting van overheidsstichtingen. In de
Comptabiliteitswet is voorgeschreven dat de oprichting van een
overheidsstichting bij de Staten-Generaal wordt voorgehangen. Ook
moet deze worden getoetst aan afwegingspunten die daarvoor in het
stichtingenkader zijn opgenomen. In de praktijk laten de
oprichtingsvoorstellen echter zelden uitgebreid de afwegingen zien.
We vinden dat de Tweede Kamer hierover beter geïnformeerd moet
worden. Anders dan nu, zou voor alle overheidsstichtingen de
procedure uit de Comptabiliteitswet moeten worden gevolgd.
Over ontbindingen ontvangt de Tweede Kamer helemaal geen
informatie. Zij is daardoor niet op de hoogte van de ontwikkelingen
wat overheidsstichtingen betreft. We vinden dat de ministeries
actuele overzichten van overheidsstichtingen moeten bijhouden en
die informatie beschikbaar moeten stellen aan de Tweede Kamer. Eén
digitale, publiek toegankelijke rijkssite die regelmatig
geactualiseerd wordt, zou hieraan tegemoet komen.
Toezicht op overheidsstichtingen
Veel van de betrokken ministeries vinden dat hun
toezicht niet verder hoeft te gaan dan de besteding van hun
subsidies of de uitvoering van hun opdrachten. Gezien de
betrokkenheid van de minister bij de oprichting van de
overheidsstichting vinden wij die opvatting te beperkt. Naar onze
mening kan de minister niet volstaan met het volgen van de
rijksgelden. De oprichting van een overheidsstichting impliceert
per definitie een bijzonder publiek belang, dat kennelijk de
oprichting van een overheidsstichting noodzakelijk maakt. We
benadrukken dat juist gezien dat publieke belang de ministers er
zeker van moeten zijn dat de stichting als geheel zodanig
functioneert dat de uitoefening van de taak waarvoor zij is
opgericht, niet in het gedrang komt. Vaak komen stichtingen na
verloop van tijd meer op afstand van het departement te staan.
Wanneer een stichting dan commerciële activiteiten gaat ontplooien,
ligt het risico van (ongeoorloofde) staatssteun en
concurrentievervalsing op de loer.
Handreikingen
De oprichting van de stichting heeft vaak een zeer
specifieke reden. Daarom, en ook omdat de relatie tussen stichting
en departement kan veranderen, is differentiatie gewenst. De
vormgeving van de relatie minister - overheidsstichting zal
maatwerk moeten zijn. In ons rapport bieden we een aantal
handreikingen voor aanvulling van het stichtingenkader. Zo is het
voor alle stichtingen zinvol van tevoren een behoorlijke
bedrijfseconomische analyse van de levensvatbaarheid te maken en
een business plan op te stellen. Ook zou het opstellen van (enige
varianten van) modelstatuten gewenst zijn. We zagen dat in de in-
en externe governance van overheidsstichtingen deze statuten niet
altijd goed geregeld waren of niet goed op elkaar afgestemd waren.
De minister van Financiën heeft op 16 maart 2011 gereageerd op
ons rapport, mede namens de overige betrokken bewindspersonen. De
minister ziet geen aanleiding om het stichtingenkader aan te passen
op de aspecten die wij als handreikingen bieden. Hij ziet ook geen
aanleiding om de toetsing van het afwegingskader bij het
stichtingenkader transparanter te maken.
De minister overlegt met ministeries over het openbaar maken van
een overzicht van stichtingen die zij mede hebben opgericht of
hebben doen oprichten en waarmee zij een bestuurlijke en/of
subsidierelatie hebben.
Meer informatie
Reactie |
22-03-2011
|
PDF, 1150 kb
|
Zicht op overheidsstichtingen
Kamerbrief | 22-03-2012
Kamerbrief | 22-03-2012
Kamerbrief | 22-03-2012
Kamerbrief | 22-03-2012
Kamerbrief | 22-03-2012
Kamervragen | 21-04-2011 | Zicht op overheidsstichtingen
Antwoorden Algemene Rekenkamer op Kamervragen over het rapport 'Zicht op overheidsstichtingen; Achtergrondstudie'.
Persbericht | 22-03-2011 | Zicht op overheidsstichtingen
Departementen hebben zelf geen sluitend overzicht van de stichtingen die ze hebben opgericht en over veranderingen in het veld. Ook zijn vaak gegevens over de financiële omvang niet voorhanden. Het aantal stichtingen neemt toe en er spelen grote publieke en financiële belangen. De Tweede Kamer kan geen overzicht houden als de informatie over overheidsstichtingen niet wordt aangereikt.
Reactie |
22-03-2011
|
PDF, 1150 kb
|
Zicht op overheidsstichtingen
Rapport |
22-03-2011
|
PDF, 562 kb
|
Zicht op overheidsstichtingen
22-03-2011 |
PDF, 562 kB