Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten Cultuurkaart in het voortgezet onderwijs

Cultuurkaart in het voortgezet onderwijs

De Algemene Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar de Cultuurkaart in het voortgezet onderwijs. De Cultuurkaart is een soort culturele credit card waarmee het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) wil bereiken dat alle jongeren tot 18 jaar vertrouwd raken met cultuur en kunstvormen en met de Nederlandse geschiedenis.

Rapport Cultuurkaart in het voortgezet onderwijs PDF, 220 kB


De Cultuurkaart is een doelsubsidie met betrekkelijk gering financieel belang: € 15,5 miljoen, maar tamelijk ingewikkeld van opzet. Scholen moeten aan veel procedures en regels voldoen om het tegoed op de Cultuurkaart te kunnen besteden. De ingewikkelde opzet hangt samen met het feit dat de minister veel doelen tegelijk wil bereiken met de Cultuurkaart. Dit leidt tot relatief hoge administratieve lasten voor scholen. De uitvoeringskosten voor de Cultuurkaart zijn wel fors afgenomen (de uitvoeringskosten maken circa 17% van het beschikbare budget uit), vergeleken met de tijd van de voorloper van de kaart, de CKV-vouchers (destijds 24%).

Uit ons onderzoek blijkt daarnaast dat oneigenlijk gebruik van Cultuurkaarttegoed mogelijk is. Er bestaat onduidelijkheid over waaraan het tegoed op de kaart wel en niet mag worden besteed. Ook dekt de controle op het besteden van het tegoed niet alle risico’s af. Daarmee komt Cultuurkaarttegoed mogelijk niet ten goede aan het doel.

Verder blijkt uit ons onderzoek dat de Tweede Kamer niet alleen een wat beperkt, maar ook een te positief beeld van de prestaties van de Cultuurkaart krijgt. De minister relateert voor het verzilveringspercentage namelijk het totale bestede bedrag aan een te laag ‘totaal beschikbaar budget’. Berekenen we het verzilveringspercentage op een meer voor de hand liggende manier, dan komt het circa 10% lager uit dan in de berekening van de minister. Daarmee haalt de minister zijn streefwaarde niet ruimschoots, maar bijna.

Achtergronddocument

Bij het rapport Cultuurkaart in het voortgezet onderwijs publiceert de Algemene Rekenkamer een achtergronddocument. Hierin behandelen we de vraag welke factoren nu maken dat meer van het Cultuurkaarttegoed wordt gebruikt: besteden grotere scholen meer dan kleinere? Maakt het uit in welke provincie een school ligt? Wat kunnen Cultuurkaartacceptanten doen om meer tegoed aan te trekken?


Het kabinet-Rutte/Verhagen heeft in zijn regeerakkoord aangegeven, dat de Cultuurkaart wordt afgeschaft. Staatssecretaris Zijlstra heeft in december vorig jaar de Tweede Kamer beloofd, in besprekingen met scholen, culturele instellingen en CJP na te gaan of de Cultuurkaart in enigerlei vorm toch kan voortbestaan, maar dan zonder rijksbijdrage. Uiterlijk in de Voorjaarsnota (juni 2011) wordt bekend, wat daar eventueel uitkomt. Wij hebben de staatssecretaris een aantal aanbevelingen gedaan die hij kan betrekken bij de besprekingen over de toekomst van de Cultuurkaart.


We bevelen de staatssecretaris van OCW onder meer aan de doelen die hij met de Cultuurkaart wil bereiken nog eens kritisch te bezien. Dat zou tot een vereenvoudiging van het systeem kunnen leiden met lagere administratieve lasten en uitvoeringskosten.

Daarnaast bevelen wij de staatssecretaris van OCW aan de mogelijkheden tot misbruik en oneigenlijk gebruik verder in te perken door op schrift te stellen wat wel en niet mag met Cultuurkaarttegoed en daar goede voorlichting aan scholen en Cultuurkaartacceptanten over te (laten) geven.

Verder bevelen we de staatssecretaris aan het verzilveringspercentage te berekenen op een meer voor de hand liggende manier. Dit kan door het totaal besteed Cultuurkaarttegoed te relateren aan het totaal beschikbare budget dat is gebaseerd op het aantal aangemelde leerlingen en niet op het aantal geactiveerde leerlingen.


De staatssecretaris geeft in zijn reactie aan dat de informatie uit ons rapport zeer waardevol kan zijn voor de opdrachtgevers van een eventuele doorstart van de kaart.

De staatssecretaris neemt daarnaast onze aanbeveling over om in zijn verantwoording over de Cultuurkaart het totaal besteed Cultuurkaarttegoed te relateren aan het totaal beschikbare budget dat is gebaseerd op het aantal aangemelde leerlingen en niet op het aantal geactiveerde leerlingen.

Meer informatie

 

Volledige versie