Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Buitenlandvergoedingen rijksambtenaren 2002-2008; Terugblik

In dit terugblikrapport zijn we nagegaan wat er is gebeurd met de aanbevelingen uit ons onderzoek Buitenlandvergoedingen rijksambtenaren 2002-2008, dat wij in 2009 publiceerden. We deden dat onderzoek indertijd op verzoek van de Tweede Kamer. Nadat ophef was ontstaan over betalingen aan een gedetacheerde ambtenaar van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (BuZa), wilde de Kamer een volledig beeld krijgen van hoe er rijksbreed wordt omgegaan met vergoedingen voor Nederlandse ambtenaren bij internationale organisaties.
Uit ons onderzoek bleek dat het ging om een kleine groep, waarbij relatief veel misging. Veel vergoedingen werden verstrekt zonder overleg met de betreffende internationale organisatie. Ook bleken de ministeries de verplichte invordering van pensioenpremies bij gedetacheerden na afloop van hun detacherings¬periode vaak achterwege te laten. Wij deden aanbevelingen om de situatie te verbeteren.

Rapport Buitenlandvergoedingen rijksambtenaren; Terugblik PDF, 273 kB


Naar aanleiding van ons onderzoek uit 2009 heeft het kabinet in augustus 2010 de circulaire ‘Buitengewoon verlof in verband met het vervullen van een functie bij een internationale volkenrechtelijke organisatie’ gepubliceerd. Hierin is rekening gehouden met onze aanbevelingen om de regelgeving te verbeteren. Wij hadden geadviseerd: 

  • de regels voor het verhalen van pensioenpremies aan te passen; 
  • het onderscheid tussen buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging en buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging in de regels op te nemen; 
  • de regels voor compensatie van salarisachteruitgang uit te breiden; en 
  • nieuwe regels op te stellen om de vergoedingen een deugdelijke rechtsgrond te geven.

Daarnaast hadden wij aanbevelingen gedaan gericht op het voorkomen van verschillen tussen ambtenaren van gelijkwaardig niveau. Wij hadden namelijk gesignaleerd dat ambtenaren van het Ministerie van BuZa hogere buitenlandvergoedingen ontvingen dan andere rijksambtenaren. Wij adviseerden om per ministerie de besluitvorming over detacheringen te centraliseren en om de  vaststelling van salaris en vergoedingen onder te brengen bij één centraal expertisebureau op rijksniveau. Aan deze twee aanbevelingen is geen gevolg gegeven; wel heeft het Ministerie van BuZa twee werkgroepen opgericht die zich met deze problematiek bezighouden.

Twee van onze aanbevelingen hadden betrekking op een betere registratie van gedetacheerden. We adviseerden om in het salarissysteem P-Direkt met een code aan te geven waar en hoe (met of zonder bezoldiging) de betreffende ambtenaar is gedetacheerd, zodat managementinformatie hierover snel zou kunnen worden samengesteld. Ook adviseerden wij om detacheringsinformatie op te nemen in de reguliere personeels- en managementinformatie. De minister van BZK zegde in reactie op deze voorstellen toe de mogelijkheden hiervoor te zullen laten onderzoeken. Bij een aantal ministeries is inmiddels de registratie van gedetacheerden aangepast.

Voorts hadden twee van onze aanbevelingen betrekking op het stimuleringsbeleid rond detacheringen. Wij adviseerden het kabinet om duidelijker aan te geven wat het precies wilde bereiken met het “krachtig stimuleren van detacheringen” en om daaraan concrete maatregelen te verbinden.
Inmiddels heeft het kabinet rijksbreed enkele stimulerende maatregelen genomen. Zo zijn er twintig extra fte’s beschikbaar gesteld voor detacheringen in Brussel en er is een studiefaciliteit in het leven geroepen voor de voorbereiding op het toelatingsexamen voor EU-ambtenaren. Aan onze aanbeveling om de doelstelling van het beleid te specificeren heeft het kabinet geen gehoor gegeven.

Tot slot had één van onze aanbevelingen betrekking op de aanzienlijke hoeveelheid niet-ingevorderde pensioenpremies. Wij vonden dat als verschuldigde pensioenpremies van gedetacheerden (deels) niet waren ingevorderd, overwogen moest worden dan om dit alsnog te doen.  De minister van BZK was het daarmee eens. Inmiddels is iets meer dan de helft van de premies, namelijk € 487.145, alsnog ingevorderd. Iets meer dan een kwart van het bedrag bleek niet meer invorderbaar vanwege een verjaringstermijn van vijf jaar. Het restant is om andere redenen kwijtgescholden.


Wat het kabinet precies wil bereiken met het stimuleringsbeleid rond detacheringen is nog steeds onduidelijk. Daarom herhalen we onze aanbeveling dat het kabinet zou moeten specificeren wat de doelstellingen van het beleid zijn.


De minister van BZK geeft aan dat hij het stimuleringsbeleidbeleid de komende tijd verder zal uitwerken. Dit zal gebeuren in de nieuwe context waarin het overheidspersoneelbeleid zich bevindt, namelijk een van grote druk op de budgetten met extra taakstellingen

Meer informatie

 

Volledige versie