Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Buitenlandvergoedingen rijksambtenaren 2002-2008

Deel A: detacheringen zonder bezoldiging

We hebben op verzoek van de Tweede Kamer onderzoek gedaan naar Nederlandse rijksambtenaren die werkzaam zijn geweest bij een internationale organisatie. In dit rapport presenteren we onze bevindingen detacheringen zonder bezoldiging, dat wil zeggen: over de ambtenaren die tijdens hun detachering geen salaris ontvingen van de Nederlandse overheid. De bevindingen over gedetacheerden met bezoldiging volgen in deel B van ons onderzoek, waarvan publicatie is voorzien in september 2009.

Buitenlandvergoedingen rijksambtenaren 2002-2008. Deel A: detacheringen zonder bezoldiging PDF, 7353 kB


Uit ons onderzoek blijkt dat 184 ambtenaren rijksambtenaren zonder bezoldiging gedetacheerd zijn (geweest) tussen 2002 en 2008. Op een totaal aantal ambtenaren van ruim 180000 in 2007 is dat een zeer kleine groep. Maar binnen die kleine groep gaat relatief veel mis. 
Om te beginnen hebben veel ministeries de registratie van hun gedetacheerden en de verstrekte vergoedingen niet op orde. Verder hebben we geconstateerd dat veel vergoedingen worden verstrekt zonder overleg met de internationale organisatie, terwijl dit volgens regelgeving van de meeste van deze internationale organisaties niet is toegestaan.
Ten slotte hebben we ook geconstateerd dat de regelgeving voor pensioenen slecht wordt nageleefd en dat pensioenpremies na afloop van de detachering vaak niet worden terugbetaald, terwijl dat wel de bedoeling is.
De groep gedetacheerden is niet evenredig verdeeld over de verschillende departementen. Er zijn ministeries die in de onderzochte periode relatief veel ambtenaren zonder bezoldiging detacheerden: naast het Ministerie van Buitenlandse Zaken (40) geldt dat ook voor de Ministeries van Financiën (28) en van Verkeer en Waterstaat (26). Ministeries waar het niet of nauwelijks voorkomt zijn het Ministerie van Algemene Zaken (0), het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (1) en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (3). Ook verstrekken niet alle ministeries vergoedingen aan gedetacheerde ambtenaren. Het komt voornamelijk voor bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken (vergoedingen aan meer dan de helft van de gedetacheerden). Overigens is dat wel het enige ministerie dat de administratie van gedetacheerden redelijk op orde heeft.
Wat de pensioenpremies betreft: over de onderzochte periode van zes-en-een-half jaar heeft ruim 40% van de gedetacheerden in totaal voor bijna € 2,5 miljoen – ten onrechte –pensioenbijdragen genoten.

Onze belangrijkste aanbeveling luidt: geef vergoedingen bij detachering zonder bezoldiging alleen in hoge uitzonderingsgevallen en alleen na consultatie van de desbetreffende internationale organisatie.

De minister van BZK heeft op 20 maart gereageerd op ons rapport, mede namens de collega-ministers. Ze zegt toe dat voortaan bij alle ministeries de procedure gevolgd gaat worden dat vergoedingen pas worden verstrekt na goedkeuring van de internationale organisatie.
Volgens de minister verdient de door ons toegepaste norm bij het verhalen van pensioenpremies enige nuancering. Volgens haar heeft de werkgever de mogelijkheid anders te bepalen dan het verhalen van zowel het werkgevers- als het werknemersdeel van de pensioenpremie. Zij wil de regelgeving verduidelijken, maar wil deze mogelijkheid behouden. Wel zegt ze toe de niet ingevorderde premies alsnog in te gaan vorderen.
Verder geeft de minister in haar reactie een verklaring voor de door ons gesignaleerde gebrekkige registraties. Zij ziet in onze aanbeveling de besluitvorming te centraliseren een aansporing om in de nieuwe circulaire de condities voor detachering scherp te omschrijven.
Meer informatie

 

Volledige versie