Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Kwaliteitsbewaking in het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen

Verslag aan het Vlaams Parlement en de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Het Rekenhof van België en de Algemene Rekenkamer stellen in een gezamenlijk onderzoek vast dat de kwaliteitsbewaking in het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen goed is uitgewerkt.

Rapport PDF, 239 kB


De kwaliteit van het hoger onderwijs is belangrijk voor de ontwikkeling van de kenniseconomie en economische positie van Nederland en Vlaanderen. Nederland kent sinds 2002 een transparant stelsel van externe kwaliteitszorg (Vlaanderen sinds 2005). De Algemene Rekenkamer heeft daarom samen met het Belgische Rekenhof onderzoek gedaan naar de kwaliteitsbewaking in het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Op 4 september 2008 hebben beide organisaties het rapport 'Kwaliteitsbewaking in het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen' gepubliceerd.

Conclusie

Kwaliteitsbewaking is gericht op het meten en verbeteren van de kwaliteit van het hoger onderwijs door onderwijsinstellingen zelf, door visitatie en door accreditatie. Onze algehele conclusie is dat het stelsel van kwaliteitsbewaking voor het hoger onderwijs goed is uitgewerkt. De instellingen beschikken over een voldoende uitgebouwd systeem van interne kwaliteitszorg. De werking kan op een aantal punten worden verbeterd, zoals het formuleren van streefdoelen en het betrekken van alumni en beroepenveld.

Ook de organisatie van de accreditatieverlening is goed van de grond gekomen. In Vlaanderen en Nederland worden hogeronderwijsopleidingen geaccrediteerd door een onafhankelijk orgaan, de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). De visitatiecommissies en de NVAO baseren hun oordeel echter nog te weinig op inhoudelijke aspecten van onderwijskwaliteit. Daarnaast zijn de beoordeling en de onderbouwing door de visitatiecommissies niet altijd voldoende geëxpliciteerd, terwijl de NVAO juist daarop is aangewezen. Daardoor bestaat het risico dat licht ondermaatse opleidingen toch worden geaccrediteerd.

Kwaliteitszorg

Wat betreft de externe kwaliteitszorg is onze conclusie onder meer dat de opleidingen erin zijn geslaagd een voor de visitatiecommissies bruikbaar zelfevaluatierapport op te stellen. Wel onderbouwen de visitatiecommissies hun oordelen vaak niet duidelijk. Verder heeft de NVAO de invulling van haar opdracht en haar werkzaamheden goed geregeld en afgebakend met reglementen, protocollen en draaiboeken. Zij komt tot duidelijke beslissingen die zij vervolgens openbaar maakt.

Om de externe kwaliteitszorg te verbeteren bevelen de Algemene Rekenkamer en het Rekenhof aan de opleidingen zo veel mogelijk geclusterd te visiteren en te accrediteren om de vergelijkbaarheid van de oordelen te vergroten, wat ook de juistheid van de oordelen mee garandeert. De Algemene Rekenkamer en het Rekenhof bevelen aan het toezicht door de NVAO op de samenstelling van de commissies te verbeteren. De commissies dienen op basis van de kwaliteit van de zelfevaluatie hun visitatiewerkzaamheden vorm te geven en zelf te bepalen wie ze spreken en welke documenten worden ingezien. Verder dient het streven naar marktwerking bij visitaties in Nederland dient heroverwogen te worden.

Onze conclusie wat betreft kwaliteitszorg is dat de kosten ervan onvoldoende bekend zijn. De Algemene Rekenkamer en het Rekenhof bevelen instellingen en opleidingen dan ook aan de kosten van interne en externe kwaliteitszorg beter te monitoren, opdat ze maatregelen kunnen nemen voor een efficiëntere uitvoering van de kwaliteitszorg.

Toezicht

Wat betreft het toezicht op de kwaliteitszorg bevelen we aan dat in Nederland de minister van OCW er beter op toe ziet dat duidelijk is welke opleidingen geaccrediteerd zijn. Ook bevelen we de minister aan de onrechtmatige financiering en de mogelijk onrechtmatige diplomaverstrekking van de tijdelijk niet-geaccrediteerde opleiding zo spoedig mogelijk op te heffen. We bevelen het Comité van Ministers aan de hervorming van het accreditatiestelsel en de harmonisatie van wet- en regelgeving meer dan nu het geval is gezamenlijk vorm te geven.

Accreditatievergelijking

Wat betreft de vergelijking van accreditatie dient het overleg tussen de NVAO en de evaluatieorganen meer gestructureerd te verlopen. Ook bevelen we aan te bezien in hoeverre het functioneren van evaluatieorganen zou kunnen worden geharmoniseerd. De rol van de NVAO en de visiterende en beoordelende instantie/evaluatieorganen moet duidelijker worden afgebakend. Ook moet worden nagegaan in welke mate een accreditatie zonder intermediaire organisaties mogelijk en wenselijk is.

Verder bevelen de Algemene Rekenkamer en het Rekenhof aan te bezien in hoeverre bij de onderwijsaccreditatie van academische opleidingen de gescheiden beoordeling van het onderwijs en onderzoek beter kan worden gesynchroniseerd, of althans te bezien hoe de kwaliteit van het onderzoek explicieter kan worden betrokken bij de beoordeling van het onderwijs. Tot slot bevelen beide organisaties aan te overwegen accreditatietermijnen te harmoniseren en de mogelijkheid en/of wenselijkheid te onderzoeken van flexibilisering van de accreditatietermijn.


 

Volledige versie