U bevindt zich op: Home › Publicaties › Onderzoeksrapporten
De praktijk van onderwijsinstellingen, woningcorporaties, zorgorganisaties en samenwerkingsverbanden
De Algemene Rekenkamer heeft een achtergrondstudie uitgevoerd naar goed bestuur in de praktijk van onderwijsinstellingen, woningcorporaties, zorgorganisaties en (sectoroverschrijdende) samenwerkingsverbanden.
Goed bestuur in uitvoering
PDF, 1020 kB
De Algemene Rekenkamer heeft een achtergrondstudie uitgevoerd over goed bestuur in praktijk van instellingen die binnen het publieke domein opereren. We hebben gekeken naar organisaties in de onderwijssector, de zorgsector en de huisvestingssector. Daarnaast hebben we aandacht besteed aan instellingen die samenwerkingsverbanden aangaan en sectorgrenzen overschrijden.
We hebben ons geconcentreerd op de twee aspecten van goed bestuur waarvoor zowel de beleidsmakers als de instellingen zelf de meeste belangstelling hebben: het interne toezicht en de omgang met belanghebbenden.
Goed bestuur is in het beleid van de sectoren onderwijs,
woningcorporaties en zorg verschillend ingebed. Ondanks de
verschillen zien we dat goed bestuur in alle sectoren samenhangt
met een grotere onafhankelijkheid van de instellingen ten opzichte
van het Rijk.
De verwachtingen ten aanzien van wat goed bestuur kan opleveren
lopen in de verschillende sectoren uiteen. In de zorg en bij
woningcorporaties wordt verwacht dat goed bestuur leidt tot
verantwoording over de kwaliteit van de geleverde prestaties. De
minister van OCW gaat een stap verder en schetst goed bestuur als
een randvoorwaarde de kwaliteit van de prestaties.
In alle drie de sectoren is men het er over eens dat goed bestuur vooral afhangt van goede bestuurders.
OmhoogIn de drie sectoren hebben zowel de beleidsmakers als de instellingen zelf hoge verwachtingen van intern toezicht. Wij concluderen dat de uitvoering van intern toezicht in de praktijk kwetsbaar is, mede door de hooggespannen verwachtingen. Wij signaleren drie risico's:
Ook over de omgang met belanghebbenden zijn de verwachtingen hooggespannen. En net als voor intern toezicht geldt dat de invulling ervan nog niet helemaal is uitgekristalliseerd. De instellingen slagen er niet in de omgang met belanghebbenden zo in te richten dat het oplevert wat ze ervan verwachten. De identificatie van relevante belanghebbenden en verwachtingenmanagement zijn daarbij twee belangrijke aandachtspunten.
OmhoogIn alle drie de sectoren zien we dat individuele instellingen samenwerkingsverbanden aangaan met andere organisaties. Deze samenwerkingsverbanden zijn vaak sectoroverschrijdend: instellingen uit verschillende sectoren bundelen hun krachten. Het idee is dat de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de dienstverlening er zo op vooruitgaan.
Als belangrijk aandachtspunt bij deze ontwikkeling noemen wij de spanning tussen regels en praktijk: regelgeving en financiering zijn sectoraal geregeld, terwijl instellingen steeds meer diensten aanbieden die de sectorgrenzen juist overschrijden.
Uit praktijkervaringen met goed bestuur bij samenwerkingsverbanden blijkt dat veel nog onduidelijk is. Zo is niet duidelijk hoe de raad van toezicht zicht houdt op samenwerkingsverbanden en de omgang met belanghebbenden is extra complex.
OmhoogWe staan in de achtergrondstudie ten slotte stil bij een aantal thema's voor de toekomst. Zo gaan we in op de spanning die kan bestaan tussen de maatschappelijke legitimiteit van instellingen (vooral lokaal niveau) en de politieke sturing (ook landelijk niveau).
Een ander thema voor de toekomst is de invulling van de vier P's van goed bestuur: principes, processen, prestaties en personen. Over de principes van goed bestuur lijkt vrij brede overeenstemming te bestaan. Maar bij processen, prestaties en personen wordt het lastiger. Wat is de goede houding van een bestuurder? Wanneer is er sprake van goede omgang met belanghebbenden? En wanneer doe je het goed als maatschappelijke onderneming? Uit onze verkenning blijkt dat nog geen consensus bestaat over het antwoord op deze vragen.
Omhoog30-09-2008 |
PDF, 1020 kB