Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Financiering onderwijsvernieuwingen voortgezet onderwijs 1990-2007

Deze week bespreekt de Tweede Kamer het eindrapport 'Tijd voor onderwijs' van de parlementaire onderzoekscommissie 'Dijsselbloem'. De Algemene Rekenkamer heeft op verzoek van de Tweede Kamer de financiering van de onderwijsvernieuwingen onderzocht.

Financiering onderwijsvernieuwingen voortgezet onderwijs 1990-2007 PDF, 1400 kB


Wij hebben op verzoek van de Tweede Kamer onderzoek gedaan naar de financiering van onderwijsvernieuwingen in het voortgezet onderwijs. Ons onderzoek is onderdeel van een breder onderzoek van de Commissie Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen (CPOO) dat tegelijkertijd wordt uitgevoerd. Ons deelonderzoek gaat - conform het verzoek van de Tweede Kamer - uitsluitend over de ontwikkeling van de begrote financiële middelen voor deze onderwijsvernieuwingen, de besteding ervan door het ministerie en door de scholen en de ontwikkeling van de gemiddelde bekostiging per leerling in het voortgezet onderwijs; dat laatste in vergelijking tot het buitenland. 

De aanvullende uitgaven van onderwijsvernieuwingen voor het voortgezet onderwijs bedragen in de periode 1990 tot en met 2007 volgens schatting van de Algemene Rekenkamer € 2,2 miljard. Ons onderzoek leidt tot een aantal conclusies.

Conclusies

Het kabinet wilde aanvankelijk alle drie de vernieuwingen budgettair neutraal uitvoeren. Voor alle drie kwam het kabinet daarop terug na kritiek van vooral de scholen en de Tweede Kamer. Op basis van ons onderzoek concluderen we dat de financiële planning van de vernieuwingen te wensen overliet. De hoogte van de begrote bedragen werd eigenlijk hoofdzakelijk bepaald door de aanwezige begrotingsruimte.

Deze weinig planmatige aanpak heeft ook gevolgen op schoolniveau. Er is sprake van ad-hocfinanciering en van incidentele financiering. Ook als het gelden betreft die over verschillende jaren zijn toegezegd, wordt toch vaak per jaar besloten tot de effectuering van de desbetreffende regeling.

Verder hoeven scholen zich niet meer dan globaal naar het ministerie te verantwoorden over de besteding van hun middelen in het algemeen, dus ook over die voor onderwijsvernieuwingen.

Omhoog

Aanbevelingen

We bevelen aan dat het ministerie bij operaties als deze meer aandacht besteedt aan de financiële onderbouwing van het beleid. Daarbij is aandacht gewenst voor zowel initiële als structurele kosten op schoolniveau.

Het ministerie zou een meer planmatige aanpak moeten kiezen, en daarmee meer zekerheid geven over de financiering op de middellange termijn.

Scholen zouden in horizontale verantwoording aandacht moeten geven aan de besteding van hen voor bepaalde doelen ter beschikking gestelde middelen.

Omhoog

Reactie minister

De minister zet een kanttekening bij onze bevindingen. Door de gemaakte keuzen in de manier waarop scholen over middelen kunnen beschikken is volgens de minister niet meer met 100% zekerheid aan te geven of de cijfers volledig en juist zijn. Hij benadrukt daarom dat de aangegeven bedragen niet meer kunnen zijn dan een onderbouwde schatting en waarschuwt voor vergaande conclusies op basis van deze gegevens.

De minister vindt dat wij terecht aangeven dat een deel van de vernieuwingsoperaties in budgettair krappe tijden tot stand is gekomen. Het is volgens de minister dan ook niet meer dan logisch dat de aanwezige begrotingsruimte voor een groot deel de financiële planning bepaalt. Hij is het met ons eens dat dit niet mag betekenen dat er geen goede langetermijnonderbouwing wordt gemaakt van kosten van vernieuwingsoperaties. Dit moet zeker gebeuren en onze aanbeveling op dit punt past volgens de minister ook binnen actuele ontwikkelingen.

De minister is het met ons eens dat er aandacht moet zijn voor een planmatiger aanpak, waardoor scholen meer zekerheid krijgen over aanvullende financiering op de middellange termijn.

Wij waarderen overigens de snelheid waarmee de minister heeft gereageerd op ons conceptrapport en wij zijn verheugd dat hij positief reageert op de meeste van onze aanbevelingen.

Omhoog

 

Volledige versie