Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Kopzorgen

Zorg voor jeugdigen met een lichte verstandelijke handicap en/of psychi(atri)sche problemen

Er is een onvolledig beeld van de vraag naar zorg voor jeugdigen met psychiatrische problemen en/of een lichte verstandelijke handicap. Dat blijkt uit het op dinsdag 16 oktober 2007 verschenen rapport 'Kopzorgen'.

Kopzorgen PDF, 1064 kB


De Algemene Rekenkamer geeft in haar Strategie 2004-2009 aan dat ze aandacht zal besteden aan de samenhang in het beleid voor jeugdigen met problemen. We hebben in het onderzoek Kopzorgen dit voornemen geconcretiseerd. Het onderzoek is toegespitst op twee groepen extra kwetsbare jeugdigen van wie de problematiek het risico met zich meebrengt dat zij de dupe worden van een eventuele gebrekkige samenhang en afstemming: jeugdigen met een lichte verstandelijke handicap en jeugdigen met psychi(atri)sche problemen.

Conclusies

We kunnen concluderen dat het zorgaanbod onvoldoende aansluit op de vraag van jeugdigen met een lichte verstandelijke handicap en/of psychi(atri)sche problemen. Het zorgaanbod sluit dus ook niet aan op ontwikkelingen in de vraag. Dit komt doordat zorgkantoren en provincies als inkopers van deze zorg weinig inzicht hebben in de zorgvraag maar ook omdat het voor deze jeugdigen benodigde intersectorale aanbod niet structureel van de grond komt. Bovendien ontbreekt op veel plaatsen goede vervolgzorg en is er gebrek aan doorstroming naar nieuw, adequaat zorgaanbod. Het gevolg is dat veel jeugdigen niet (op tijd) de zorg krijgen die ze nodig hebben. Het is overigens niet zo dat jeugdigen altijd van goede zorg verstoken blijven: op individueel niveau wordt het aanbod (uiteindelijk) vaak afgestemd op de vraag. Maar op regionaal en landelijk niveau past het aanbod nog te weinig op de vraag, getuige de wachtlijsten en lange wachttijden. Met name jeugdigen met complexe problematiek die behoefte hebben aan zorg vanuit verschillende disciplines vallen vaak buiten de boot of moeten te lang wachten. Zonder passende en tijdige zorg is het risico groot dat de problemen van deze jeugdigen escaleren.

Aanbevelingen

De prioriteit ligt wat ons betreft bij het verkrijgen van beter kwantitatief en kwalitatief inzicht in de vraag. Dit is ook essentieel om te achterhalen hoe groot de behoefte aan intersectorale zorg, doorstroming en vervolgzorg is. Om dat te bereiken hebben we afzonderlijke aanbevelingen geformuleerd voor de belangrijkste partijen: de minister voor Jeugd en Gezin, de minister van VWS en de zorginkopers.

Reactie van de minister

Op 7 september 2007 heeft de minister voor Jeugd en Gezin, mede namens zijn collega van VWS, gereageerd op ons onderzoek. De minister onderschrijft onze probleemanalyse rond de tekortschietende afstemming tussen vraag en aanbod in de jeugdzorg grotendeels, maar hij gaat voorbij aan verschillende van onze aanbevelingen. Zo heeft hij niet gereageerd op de aanbeveling om vervolgzorg en doorstroming te bevorderen, om te bepalen wie de regie in de regio heeft en om het toezicht en de handhaving te verbeteren.

Stand van zaken

Het rapport is op 16 oktober 2007 naar de Tweede Kamer gestuurd.


 

Volledige versie