Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Actueel Onderzoeksrapporten

Subsidieregelingen duurzame energieproductie (MEP en SDE); Terugblik 2010

In dit rapport blikken wij terug op het verzoekonderzoek Subsidieregeling «Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie» (MEP), dat wij in mei 2007 hebben gepubliceerd.
De MEP-regeling moest ervoor zorgen dat 9 % van de elektriciteitsverbruik duurzaam werd geproduceerd. Op grond van de MEP-subsidieregeling konden energieproducenten een vergoeding van de overheid krijgen wanneer de door hen geproduceerde elektriciteit duurzaam was opgewekt, bijvoorbeeld door biomassaverbranding of windkracht.
Deze regeling is in augustus 2006 beëindigd voor nieuwe aanvragen omdat, volgens inschatting van de minister, de MEP-doelstelling voor 2010 ook bereikt zou worden zonder nieuwe subsidieverstrekkingen.
Per april 2008 heeft de minister van EZ een nieuwe subsidieregeling voor duurzame energie gestart: de Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE). De minister heeft bij het opstellen van deze opvolger van de MEP rekening gehouden met de resultaten en conclusies uit ons eerdere rapport.


We stellen vast dat er bij de opzet van de SDE gebruik is gemaakt van onze bevindingen uit 2007. Zo zijn er subsidieplafonds ingesteld en is er een koppeling gelegd met de reële elektriciteitsprijs, waardoor het open einde karakter en de inconsistentie met betaalbaarheid, die de MEP-regeling parten spelen, bij de SDE meer aan banden zijn gelegd. We zien echter nog altijd risico’s in de rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van beide regelingen.

In de informatievoorziening aan de Tweede Kamer is nog verbetering mogelijk. De verplichtingen in de begroting van het Ministerie van EZ worden eerder vastgesteld dan de subsidieplafonds van de SDE. Doordat de SDE-verplichtingen op deze subsidieplafonds zijn gebaseerd, leidt dit gedurende het begrotingsjaar tot forse bijstellingen.
Na de invoering van de voorgenomen nieuwe financieringswijze via een heffing, bestaat het risico dat het zicht op de verplichtingen en uitgaven voor de MEP en de SDE minder zal worden. De bedragen zijn bij deze financieringswijze normaliter namelijk niet terug te vinden op de begroting van het Ministerie van EZ.

Bij de opzet van de SDE waren er nog geen bruikbare duurzaamheidscriteria voor biomassa voorhanden. De criteria waartoe de EU recent besloten heeft, moeten nog worden geïmplementeerd. De criteria betreffen vooralsnog alleen vloeibare biomassa en zullen alleen gelden voor beschikkingen die na de datum van implementatie worden afgesloten. Ze zijn dus niet van toepassing op de lopende MEP-projecten, waar op dit moment nog het meeste geld naar toe gaat, en op de reeds beschikte SDE-subsidies.
Verder is gebleken dat er nog altijd geen controleprotocol verplicht is gesteld voor de accountant. Dit is des te belangrijker nu het er naar uitziet dat de duurzaamheidscriteria pas eind 2010 zullen worden geïmplementeerd.

Op het terrein van effectiviteit ten slotte blijkt dat het doel voor 2010 (9% duurzame elektriciteitsproductie) binnen bereik is. Nederland doet het daarmee goed in vergelijking tot andere EU-lidstaten.


Het Ministerie van EZ zou vooraf, in de begroting, transparanter moeten zijn over de bijstellingen die er in dat begrotingsjaar nog aankomen als gevolg van het vaststellen van de subsidieplafonds.
Het ministerie zou naar onze mening haast moeten maken met het implementeren van het controleprotocol. Daadkracht is ook nodig bij het implementeren van de duurzaamheidscriteria voor biomassa.


Over onze aanbeveling om in de begroting transparant te zijn over de bijstellingen stelt de minister de begroting zich eigenlijk niet leent voor deze detailinformatie, maar ze zegt wel toe bij het opstellen van de begroting 2011 te bezien waar nog extra informatie kan worden opgenomen.
Naar aanleiding van onze conclusie over de nieuwe financieringswijze, wijst de minister erop dat de SDE en MEP momenteel worden uitgevoerd door Agentschap NL, dat onderdeel uitmaakt van het Ministerie van EZ. Daardoor dienen de uitgaven, ook in het geval van een nieuwe financieringswijze, via de EZ-begroting verantwoord te worden.
Onze opmerking dat haast gemaakt moet worden met het opstellen van een controleprotocol biomassa, onderschrijft de minister. Ze geeft aan dat publicatie van het protocol voorzien is voor maart 2010.
De minister wijst er ook op dat er in afwachting van de duurzaamheidscriteria wel reeds het nodige gebeurt om duurzaamheidsrisico’s te beperken, zoals het uitsluiten van risicovolle biomassastromen en een verplichte duurzaamheidsrapportage.


De onderzoeksrapporten van de Algemene Rekenkamer bevatten standaard een aantal aanbevelingen gericht op de oplossing van de problemen die wij hebben gesignaleerd. Standaard blikt de Algemene Rekenkamer na een aantal jaren terug om te kijken welke effecten onze aanbevelingen hebben gehad. Niet alleen omdat de problemen die we signaleren om een oplossing vragen, maar ook om te kunnen beoordelen of onze aanbevelingen aan hun doel beantwoorden.


null