Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Actueel Onderzoeksrapporten

Opvang zwerfjongeren 2009

Sinds 2002 publiceert de Algemene Rekenkamer regelmatig onderzoeken over de opvang van zwerfjongeren. Dit is ons zevende onderzoek.


In 2009 hebben 28 van de 43 centrumgemeenten voor maatschappelijke opvang bijna alle soorten voorzieningen voor zwerfjongeren (preventie, signalering, opvang, hulpverlening/begeleiding en nazorg ). In 2007 waren dit er nog 23. Er zijn meer gemeenten met een inloophuis en een coördinatiepunt voor zwerfjongeren dan in 2007. Er zijn in 23 centrumgemeenten ongeveer 600 opvangplaatsen beschikbaar in pensions voor zwerfjongeren. In 2002 waren er 250 opvangplaatsen in negen centrumgemeenten. Naast deze opvangplaatsen in pensions zijn er ook andere woonvoorzieningen voor (risico)jongeren met in totaal zo’n 1200 plaatsen. Eén van de voorzieningen op het terrein van risicosignalering die momenteel wordt ingevoerd is de landelijke Verwijsindex risicojongeren. 
Wij plaatsen bij dit alles  wel de kanttekening dat de beschikbaarheid van voorzieningen nog niet wil zeggen deze voorzieningen ook in voldoende mate en tijdig beschikbaar zijn en aansluiten bij de hulpvraag van de jongere. 
We zien in 2009 veel initiatieven, vaak in het kader van breder beleid voor risicojongeren. De toegenomen beleidsaandacht is positief maar heeft ook het risico van stapeling van beleid. Het gaat er in de eerste plaats om dat zwerfjongeren zelf ervaren dat hun problemen (h)erkend en aangepakt worden. De ambities van de betrokken bewindspersonen zijn groot: ‘geen zwerfjongeren meer op straat’.  Dat hebben zij afgesproken in een bestuurlijk overleg op 21 september met andere betrokken patijen.  
Wat de informatievoorziening betreft zijn we minder positief. Keer op keer hebben wij in onze onderzoeken de bewindspersonen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en voor Jeugd en Gezin aanbevolen om zich in te zetten voor betere informatie over zwerfjongeren. De inzet is er vanaf 2008 geweest, maar heeft nog geen resultaat opgeleverd. Er is nog steeds geen nieuwe definitie voor zwerfjongeren, wat een struikelblok is bij het tellen en registreren van zwerfjongeren. Wij vrezen dan ook dat het door de bewindspersonen toegezegde onderzoek in 2010 naar de aantallen en achtergronden van zwerfjongeren (in relatie tot de beschikbare voorzieningen) hierdoor vertraging gaat oplopen. Dat zou betekenen dat er in 2010 nog geen duidelijkheid komt over de omvang en de samenstelling van de zwerfjongerenpopulatie.


Om na te gaan of de voorzieningen voldoende aansluiten bij de hulpvraag van zwerfjongeren, bevelen wij de staatssecretaris van VWS en de minister voor Jeugd en Gezin aan om het naar aanleiding van ons onderzoek Opvang zwerfjongeren 2007 toegezegde landelijke onderzoek spoedig te starten, om een beter beeld te kunnen krijgen van de achtergronden en hulpvragen van zwerfjongeren, en van aard en omvang van de voorzieningen. Daartoe moet er nu snel een eenduidige definitie van zwerfjongeren komen. 
Wij bevelen de staatssecretaris van VWS en de minister voor Jeugd en Gezin ook aan om zich jaarlijks te laten informeren over de aandacht voor zwerfjongeren in de provinciale Beleidskaders Jeugdzorg en de Stedelijke Kompassen voor de maatschappelijke opvang en over de resultaten daarvan. 
Wat de Verwijsindex risicojongeren betreft: er zou op kunnen worden gewezen dat het wenselijk is dat in de gemeenten de voor zwerfjongeren relevante hulpverleners, zoals straathoekwerkers, jeugd- en wijkagenten, thuislozenteams en opvanginstellingen, ook betrokken worden bij het meldingsproces zodat dit instrument z’n vruchten kan gaan afwerpen voor zwerfjongeren.

 

De minister voor Jeugd en Gezin en de staatssecretaris van VWS hebben op 8 december 2009 gereageerd op ons rapport. In hun reactie geven zij aan het belangrijk te vinden dat de hulp en de opvang van zwerfjongeren goed zijn geregeld. Zij nemen de aanbevelingen uit ons rapport grotendeels over. In hun reactie verwijzen de bewindspersonen naar de ambitie ‘alle zwerfjongeren van straat’, waaraan alle betrokken partijen zich hebben gecommitteerd. Zij streven ernaar om begin 2010 een plan gereed te hebben voor de aanpak van de problemen van zwerfjongeren.

 


null